De Tweede Wereldoorlog had in Zandvoort grote gevolgen. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand verboden. Enkele maanden later moest vrijwel geheel Zandvoort worden ontruimd voor de aanleg van de Duitse Atlantikwall. Een groot deel van de Zandvoortse bevolking moest evacueren. Zo ook het gezin Versteege. Wil van Kampen – Versteege vertelt over haar ervaringen.
1942 evacuatie vanuit Zandvoort.
Eigenlijk zouden we naar Oude Pekela gaan maar mijn ouders wilden daar niet naartoe. Mijn moeder kwam uit de Achterhoek en de familie zei: “Kom naar ons toe” en zo geschiede. Mijn ouders trokken bij tante Truus en oom Herman in. Maar een gezin van 5 personen (tante Truus en oom Herman hadden ook al 5 kinderen) was teveel dus mijn zus en ik kwamen bij oom en tante Visser terecht. Oom Visser was een slager, dat was heerlijk. Mijn vader ging wel op zoek naar woonruimte en dat lukte in Lievelde bij boer Beusink op een hooizolder. Geen water, laat staan toilet. Twee kleine kamertjes en een ruimte waar we met z’n allen sliepen. We hadden een kakemmer en die moest beneden in de plee geleegd worden en water moest naar boven gesleept worden om te wassen. ’s Morgens werd er een kan melk, een bak aardappelen en een knaak om verder eten te kopen gebracht.
Het geluk wilde dat ook in Lievelde een lieve dame met haar dochter iets verderop in een prachtig landhuis woonde. Zij hadden Joodse onderduikers in huis en ook een Joods gezin met kleine kinderen maar die konden daar niet blijven wonen. Je moest als er veel ruimte was mensen in huis nemen en de lieve dame kwam vragen of wij bij haar wilden komen wonen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Wat een verademing, wat een luxe. Een grote woonkamer (links van de voordeur), grote woonkeuken, boven grote slaapkamer met balkon, twee slaapkamers met wastafel en ergens in huis ook nog een bad. Bij dat bad konden we niet altijd terecht want er waren ook nog een aantal Joodse onderduikers in het huis en ook veel razzia’s. Tijdens de razzia’s moesten ze vluchten via een trap die mijn vader altijd tevoorschijn kon halen en de mensen naar boven kon duwen. Hij ging dan als laatste en trok de trap omhoog, verduisteren en rennen via andere zolders. Maar toen kwamen de bombardementen op de spoorbaan waar wij vlak naast woonden. De eerste keer lukte het nog om te blijven wonen maar de tweede keer was nog erger en konden we niet meer blijven wonen. Gelukkig waren wij bij andere mensen toen het gebeurde. Mijn jongste broertje wilde niet mee. Hij zei: “Ze vallen toch niet hier” en wees dan naar zijn hoofd.
Dus weer lopen naar Lichtenvoorde maar daar konden wij natuurlijk niet blijven. Ik denk via de gemeente naar Zieuwent. Daar kregen we de familie Storkhorst toegewezen. Daar hebben we het ook geweldig getroffen (maar de pastoor was de baas). Het dorp was dan ook streng katholiek en hij preekte dat iedereen verplicht was om ook vluchtelingen in huis te nemen en zo geschiede. Wij waren met 21 mensen bij de familie Storkhorst in huis; eigen gezin, wij met zeven en een groot aantal onderduikers. Later nog opoe en oom Gradus uit Herwen en Aerdt bij Nijmegen en een tweeling (baby’s) want de moeder kon ze niet verzorgen. Daar zijn we tot de bevrijding kunnen blijven.
Honger hebben we niet gekend. We hadden volop vlees. Veel varkens werden er geslacht, soms ook wel een koe. Het vlees werd verdeeld onder de andere evacués. Moeder Storkhorst kon heerlijk worst maken. Tot slot kregen we de hele keuken van de Duitsers binnen op de deel. Zo werd de ruimte bij de koeien genoemd.

vlnr.: Drika Storkhorst, Jan Hagemeyer (onderduiker), Cor Wegman (onderduiker), Tone Storkhorst, Lina Storkhorst.
Bron: Beeldbank Oudheidkundige Vereniging Zuwent
De bevrijding
En toen kwam de bevrijding. We zagen de Duitsers via het land naar hun vaderland terugkeren maar kwam niet in hun buurt, dan kreeg je de kogel. En toen de bevrijding daar was weer plannen maken om terug te gaan naar Zandvoort. Mijn vader op de fiets naar Zandvoort om te kijken of ons huis er nog stond. Veel huizen zijn afgebroken en ja hoor, tot boven aan de straat was bijna alles afgebroken. Nu natuurlijk plannen om terug te gaan. Wat ik ook wel even moet vermelden: van de overheid kregen we wel geld uitgekeerd, handje contantje. Dat werd altijd uitgekeerd aan de mensen waar we in huis woonden. Het was verschillend, de een rekende zoveel + knaak, de ander minder of meer. Bij de familie Storkhorst niks, die gaven het zo aan mijn moeder terug. Zo kon er gespaard worden voor de terugreis. Met Aloysis Romaal en een nog levend varken mee terug. Daar zaten we achter in de auto. Bovenop een kist met een tafelkleed er overheen. Na ruim een nacht gereden, kaboem, kaboem, vreselijk, kwamen we ’s morgens aan in Zandvoort. Je hoorde de zee ruisen, dat was geweldig. We konden tot de boulevard lopen en de zee zien. Op het strand mochten we niet want daar lag het vol met mijnen (van die grote, ronde).
Zo waren we weer terug in Zandvoort en kon de opbouw weer beginnen.


Vorig jaar juni ben ik nog met Co Peetoom naar Zieuwent geweest. Daar werd ik voor uitgenodigd om de opening van een schuilplaats door de burgemeester bij te wonen. Daar waren ook de kleindochters van de familie Storkhorst die ik voor het eerst zag. De familie was verder uitgestorven. We kenden elkaar niet maar het voelde meteen als eigen, net als toen. Co nog hartelijk dank dat je met me mee wilde.

