Ad Karmelk woonde in de Tweede Wereldoorlog in Cruquius. Het gezin Karmelk moest tijdelijk een andere woonplek zoeken in Cruquius. Hier volgt zijn verhaal.
De evacuatie van een deel van de Cruquiusdijk was omdat bij het pad naar de boerderij van Henk Lammers (het pad waaraan nu de Kunststeen ligt) twee grote mijnen ingegraven waren. Grote mijnen in de ogen van een zesjarige. In mijn herinnering een diameter als een olievat en ongeveer twee keer zo lang als de hoogte van een vat. Als jongens, Jan Dijkman en ik, Ad Karmelk, waren we uiteraard brandend nieuwsgierig naar die twee grote gaten in de weg. Toen we op de rand stonden om in het gat te kijken zei de man die daar, voor ons gevoel in de diepte, stond te graven: “Ga bij de rand vandaan anders val je erin”. Hij praatte Nederlands tot onze stomme verbazing. Voor jongens van onze leeftijd was het onbegrijpelijk dat een Duitser Nederlands sprak. Krijgsgevangenen of tewerkgestelden was voor ons een niet bestaand begrip.

De evacuatie bracht ons gezin naar de champignonkwekerij van mijn vader. De kwekerij was in de voormalige bollenschuur op het terrein van de bollenkwekers gebroeders Prins. Het bewuste terrein lag aan het eind van een pad tussen de tegelfabriek en Den Breejen aan de Bennebroekerdijk. Ons woongedeelte was op de verdieping omdat de begane grond vol stond met stellingen met daarop de champignonbedden. Op dat terrein stonden ook drie woningen van o.a. familie Prins, familie van Bentem en nog een familie waarvan ik de naam niet meer weet. Mogelijk familie Hoek maar dat is een gok.
Voor mij is de evacuatie toch wel redelijk spannend geweest. Om te voorzien in elektriciteit voor de verlichting van ons nieuwe onderkomen had m’n vader een dynamo en een propeller op de kop getikt. Op het platte dak van de kwekerij werd een stellage gebouwd als windmolen. Hierbij mocht ik ‘helpen’, bijvoorbeeld met het schilderen van het bouwwerk. Voor de opslag van elektriciteit waren een aantal accu’s van de NS verstopt voor de Duitsers maar bruikbaar voor ons. Bij de familie Schaap/Van Maren kwam al jaren iemand melk kopen die bij de NS werkte en verdekte opslag voor NS-materialen zocht. Via waarschijnlijk ome Dirk Schaap is deze meneer in contact gebracht met mijn vader en hadden wij elektrisch licht via NS-accu’s en onze eigen windmolen.
Als er een bericht kwam over een razzia werden alle mannen gewaarschuwd en verdwenen het bollenland in. Of ze mogelijk in een van de rietschelven een schuilplek hadden gecreëerd is me nooit duidelijk geworden omdat mijn vader nooit op m’n vragen daarover wilde reageren. Uiteindelijk is niemand van de daar levende mannen opgepakt voor zover ik weet.

Velden met lila hyacinten en rietschelven bij Heemstede
Voor mijn gevoel hebben we nooit honger geleden. Wel hebben we een keer tulpenbollenbrood gegeten, erg zoet en niet lekker.
Groet,
Ad Karmelk
